Medicatie, alcohol en drugs.
Het doel van dit hoofdstuk:
De kans op een psychose verkleinen door:
- Meer aan de weet komen over de rol van medicijnen, alcohol en drugs in het verkleinen van de kans op herhaling van een psychose.
- Meer zicht te krijgen op wat je voor jezelf kunt doen om de kans op herhaling te verkleinen.
Inleiding
In het vorige hoofdstuk werden verschillende adviezen besproken, waaronder het gebruik van antipsychotische medicatie en het vermijden van alcohol en drugs. In dit hoofdstuk zullen we de voordelen en nadelen van deze adviezen bespreken.
Antipsychotische medicatie
Antipsychotische medicatie wordt gebruikt om de symptomen van psychose te verminderen. Deze medicatie kan helpend zijn bij het verlichten van hallucinaties, wanen en desorganiseerd denken. Antipsychotische medicatie kan echter ook bijwerkingen hebben, zoals vermoeidheid, gewichtstoename en bewegingsstoornissen.
Alcohol en drugs
Alcohol en drugs kunnen de symptomen van psychose verergeren. Alcohol en drugs kunnen ook de kans op een psychose vergroten. Het is daarom belangrijk om alcohol en drugs te vermijden als je een psychose hebt gehad.
Weloverwogen afweging
Het gebruik van antipsychotische medicatie en het vermijden van alcohol en drugs zijn twee belangrijke adviezen om de kans op een psychose te verkleinen. Het is belangrijk om deze adviezen met je arts te bespreken om te beslissen welke adviezen voor jou het beste zijn.
Enkele vragen om over na te denken:
Antipsychotische medicatie
Sinds 1952 zijn er medicijnen beschikbaar om psychotische ervaringen te verminderen, en sindsdien zijn er veel verschillende soorten antipsychotische medicatie op de markt gekomen. Het doel van antipsychotische medicijnen is om psychotische ervaringen te laten verdwijnen of verminderen en het voorkomen van terugval. De werking ervan wordt hieronder uitgelegd. Antipsychotische medicatie beïnvloedt de chemische processen van neurotransmitters in de zenuwbanen en tussen de hersencellen. De belangrijkste 'aangrijppunten' van deze neurotransmitters, dopamine en serotonine, worden beïnvloed om de informatieoverdracht in de hersenen te reguleren.
Deze medicijnen hebben meestal niet direct effect, maar de werking begint vaak al binnen enkele dagen. Het duurt meestal enkele weken voordat beoordeeld kan worden of de psychotische ervaringen verminderen of verdwijnen.
Voorbeelden van antipsychotische medicatie zijn onder andere Leponex, Risperdal, Zyprexa, Haldol, Seroquel, Fluanxol, Cisordinol, Trilafon en Abilify.
De keuze van het type antipsychotische medicatie en de dosering hangt af van de individuele reactie op medicijnen. Het is helaas niet mogelijk om van tevoren te voorspellen welk medicijn het beste zal werken voor een bepaald persoon. Soms moet er geëxperimenteerd worden met meerdere soorten medicatie om het middel te vinden dat het beste past bij de persoon in kwestie.
Helaas bestaat er geen enkel antipsychotisch medicijn zonder mogelijke bijwerkingen. Het is belangrijk om de effecten van antipsychotische medicatie goed te bespreken met een arts. Lees de bijsluiter en laat eventuele onduidelijkheden verduidelijken door een arts. Bijwerkingen spelen een grote rol bij de afweging om wel of niet te stoppen met antipsychotische medicatie.
Bespreek eventuele bijwerkingen goed! Er kunnen maatregelen genomen worden om ze te verminderen.
Mensen die voor het eerst een psychose meemaken, krijgen over het algemeen het advies om minstens een jaar antipsychotische medicatie te gebruiken. Na dat jaar is het raadzaam om met de behandelend psychiater te overleggen over het voortzetten of stoppen van het gebruik. De kans op terugval blijft namelijk hoog omdat de vatbaarheid voor een terugval aanwezig blijft. Uiteraard spelen ook de uitlokkende factoren een rol, voor zover die aanwezig waren.
Het terugvalpercentage na 1 jaar is 72%, en na twee jaar is dit 90%. Als je overweegt om eerder te stoppen, bespreek dit dan met je arts.
Het is belangrijk om te benadrukken dat de beslissing om antipsychotische medicatie te nemen of te blijven nemen, altijd genomen moet worden in overleg met een bevoegd arts. Hoewel deze medicijnen effectief kunnen zijn bij het beheersen van de negatieve symptomen van psychose, komen ze met mogelijke bijwerkingen die kunnen variëren van mild tot ernstig.
Werking van antipsychotische medicatie
De hersenen spelen een cruciale rol in het verwerken van prikkels uit zowel de buitenwereld als de binnenwereld. Deze verwerking vindt plaats door middel van elektrische stroompjes en chemische stoffen, neurotransmitters genaamd. De prikkeloverdracht vindt plaats in de zenuwbanen, die bestaan uit gekoppelde zenuwcellen.
Binnen een zenuwcel vindt de prikkeloverdracht elektrisch plaats, maar tussen het uiteinde van de ene zenuwcel en het begin van de volgende zenuwcel vindt de prikkeloverdracht chemisch plaats. Aan het uiteinde van een zenuwcel bevinden zich neurotransmitters. Voorbeelden van deze 'informatiedragers' zijn dopamine, serotonine, histamine en noradrenaline. Deze stoffen komen in actie wanneer er een elektrisch signaal is. Bij een elektrische prikkel worden ze afgegeven aan het uiteinde van de zenuwcel en stimuleren ze receptoren aan de andere kant, wat resulteert in een nieuwe elektrische prikkel in de zenuwcel.
Tijdens de overdracht van de ene zenuwcel naar de andere kan er iets misgaan. Antipsychotische medicatie werkt op deze receptoren in.
Tijdens een psychose zijn bepaalde systemen, met name het dopaminesysteem, overactief en uit balans. Het gebruik van antipsychotische medicatie verbetert de prikkeloverdracht en herstelt het oude evenwicht. Informatie kan beter worden doorgegeven.
Het gevolg hiervan is een betere prikkeloverdracht, meer rust, minder of geen wanen en minder of geen last van de psychose.
Mogelijke bijwerkingen
Bijwerkingen zijn onbedoelde en ongewenste effecten die kunnen optreden bij het gebruik van medicatie, maar ze zijn niet noodzakelijk en kunnen van persoon tot persoon verschillen. In de meeste gevallen verdwijnen de bijwerkingen na ongeveer een week. Wat voor de een een acceptabele bijwerking is, bijvoorbeeld het verdwijnen van hallucinaties, kan voor een ander onverdraaglijk en onacceptabel zijn.
Enkele mogelijke bijwerkingen zijn:
Het is altijd raadzaam om de bijwerkingen te bespreken met de psychiater of behandelaar. De arts kan de dosering verlagen, de medicatie aanpassen of een middel voorschrijven om de bijwerkingen te verminderen. Vaak zullen de bijwerkingen dan afnemen of verdwijnen. Het is belangrijk om open te zijn over eventuele bijwerkingen, zodat de behandelaar de juiste stappen kan ondernemen om het behandelplan aan te passen en het welzijn van de patiënt te waarborgen.
Het is ook van cruciaal belang voor individuen en hun naasten om zichzelf voor te lichten over de risico's en voordelen van antipsychotische medicatie, maar ook over alternatieve behandelopties zoals therapie en steungroepen.
Door samen te werken met een medisch team kunnen mensen met een psychose persoonlijke behandelplannen ontwikkelen die aansluiten bij hun unieke behoeften en doelen voor herstel.
Angstdempende medicatie
Soms kan het voorschrijven van aanvullende angstdempende medicatie nodig zijn bij het gebruik van antipsychotische medicatie.
Middelen zoals Diazepam en Lorazepam worden vaak gebruikt om de angst te verminderen die kan optreden tijdens psychotische ervaringen. Het doel hiervan is om de patiënt te helpen kalmeren en de angstsymptomen te verminderen.
Het is echter belangrijk om op te merken dat deze medicijnen potentieel verslavend kunnen zijn. Daarom wordt in de meeste gevallen het gebruik van deze medicatie alleen voor een korte periode voorgeschreven. Het doel is om de acute angst te verlichten en de patiënt te helpen stabiliseren tijdens de behandeling met antipsychotica.
De behandelend arts zal de dosering en duur van het gebruik van angstdempende medicatie zorgvuldig afwegen, rekening houdend met de individuele behoeften en risico's van de patiënt.
Het combineren van antipsychotische medicatie met angstdempende middelen kan een effectieve benadering zijn om zowel de psychotische symptomen als de bijbehorende angstklachten te behandelen. Het doel is altijd om de patiënt de best mogelijke ondersteuning te bieden tijdens het herstelproces en de psychose te stabiliseren.
Medicijnen die de stemming beïnvloeden
Voor, tijdens en na een psychose kan de stemming aanzienlijk veranderen. Vaak gaat dit gepaard met gevoelens van somberheid. In sommige gevallen kan de somberheid zo ernstig en aanhoudend zijn dat tijdelijk gebruik van een antidepressivum kan helpen. Daarnaast worden bepaalde antidepressiva ook voorgeschreven als hulpmiddel tegen dwangmatige handelingen en obsessieve gedachten die je niet kunt loslaten.
Enkele voorbeelden van antidepressiva zijn Sertraline (merknaam Seroxat), Fluoxetine (Prozac), Clomipramine (Anafranil), Venlafaxine (Efexor) en Citalopram (Cipramil).
Het kan ook voorkomen dat de psychose gepaard gaat met intense stemmingswisselingen, waarbij periodes van extreme opwinding en gelukzaligheid worden afgewisseld door periodes van diepe somberheid.
Om deze manische en depressieve episodes minder heftig te laten verlopen, kan soms medicatie zoals lithium, carbamazepine (Tegretol), valproïnezuur (Depakine) of lamotrigine (Lamictal) worden voorgeschreven. Deze middelen helpen de stemming te stabiliseren en de extremen te verminderen.
Het is belangrijk om te vermelden dat medicijnen die invloed hebben op de stemming ook bijwerkingen kunnen veroorzaken. Enkele voorbeelden van bijwerkingen zijn misselijkheid, trillende handen en een droge mond. Het is altijd raadzaam om eventuele bijwerkingen met de voorschrijvende arts te bespreken, aangezien aanpassingen in de dosering, een verandering van medicatie of aanvullende medicatie de bijwerkingen kunnen verminderen of beheersen.
Het is essentieel om de voorgeschreven richtlijnen te volgen en eventuele zorgen of bijwerkingen met de arts te bespreken.
Alcohol en drugs
Het gebruik van alcohol en drugs kan verschillende negatieve effecten hebben:
Mensen die onder invloed zijn van alcohol kunnen vaak niet goed inschatten wat ze nog wel en niet kunnen. Hoewel ze zich beter voelen, kan dit juist de reden zijn waarom ze alcohol gebruiken: om zich beter te voelen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs. Mensen gebruiken drugs om zich beter te voelen, waardoor het lijkt alsof ze beter in staat zijn om met problemen in het leven om te gaan.
De effecten van alcohol en drugs variëren afhankelijk van de hoeveelheid en het soort middel dat wordt gebruikt. Daarnaast spelen ook de stemming waarin iemand verkeert, de aanwezige sociale omgeving en de locatie een rol bij de effecten van alcohol en drugsgebruik.
Naast alcohol is cannabis het meest gebruikte middel. Uit onderzoek is gebleken dat langdurig cannabisgebruik, met name als iemand op jonge leeftijd begint, het risico op het ontwikkelen van een psychose vergroot. Bovendien is bekend dat herstel van een psychose langzamer en minder succesvol kan verlopen als iemand blijft cannabis gebruiken.
Sommige mensen zijn bijzonder gevoelig voor de psychoactieve effecten van cannabis en kunnen gemakkelijk opnieuw psychotisch worden door te blowen. Dit geldt echter niet voor iedereen en hangt af van de individuele kwetsbaarheid. Zelfs als cannabisgebruik geen psychose veroorzaakt, wordt het toch afgeraden. Hoewel het een rustgevend effect kan hebben en iemand zich daardoor goed voelt, heeft het ook negatieve effecten op de concentratie en kan het leiden tot passiviteit en gebrek aan initiatief.
Daarnaast brengt het gebruik van andere drugs zoals amfetamine (speed) en cocaïne ook aanzienlijke risico's met zich mee. Het kan gemakkelijk leiden tot een herhaling van psychotische symptomen en bovendien kan men ernstig verslaafd raken aan deze middelen.
Adviezen
Kwetsbaarheid voor psychosen en het gebruik van drugs en alcohol gaan vaak niet goed samen. Bij veel mensen die een psychose hebben ervaren, speelt cannabisgebruik een significante rol. Jammer genoeg blijven velen van hen doorgaan met blowen, wat hun herstel en levensherstart kan vertragen. Gelukkig besluit de meerderheid te stoppen met cannabis wanneer zij inzien dat de nadelen groter zijn dan de voordelen.
Bijvoorbeeld, het kan een uitdaging zijn om terug naar school of werk te gaan als men blijft blowen. Sommigen zijn in staat om hun gebruik zo te beperken dat het hun leven niet negatief beïnvloedt. Het is echter cruciaal om de invloed van drugs en alcohol op je leven te bespreken met je behandelaar. Als je wilt stoppen maar het niet alleen kunt, is het mogelijk om hulp te zoeken.
Het bespreken van je drugs- en alcoholgebruik met een behandelaar is van groot belang, omdat zij je kunnen ondersteunen bij het aanpakken van deze kwesties. Ze kunnen je helpen met het stellen van doelen en het ontwikkelen van strategieën om te stoppen of je gebruik te verminderen. Bovendien kunnen ze je doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsprogramma's of ondersteuningsgroepen die zich richten op verslavingsproblematiek.
Het is belangrijk te onthouden dat het beëindigen van drugs- en alcoholgebruik een proces is dat tijd en toewijding vereist. Hoewel het uitdagend kan zijn, kun je met de juiste hulp en ondersteuning werken aan je herstel en een gezonder, evenwichtiger leven leiden.
Het is belangrijk dat mensen eerlijk zijn tegen hun behandelaars over hun middelengebruik, omdat het een grote invloed kan hebben op hun geestelijke gezondheid en herstel. Er zijn middelen beschikbaar om mensen te helpen stoppen of hun gebruik te verminderen en hulp zoeken kan een aanzienlijk verschil maken in hun algehele welzijn.
Overwegingen bij gelijktijdig gebruik van medicatie
Alcohol en drugs kunnen verschillende effecten hebben met betrekking tot de behandeling van psychose:
Het gebruik van alcohol en drugs kan de bijwerkingen van antipsychotische medicatie verergeren. Dit komt doordat zowel alcohol als drugs invloed kunnen hebben op het centrale zenuwstelsel en de chemische balans in de hersenen kunnen verstoren. Hierdoor kunnen bijwerkingen zoals slaperigheid, duizeligheid, verminderde concentratie en motorische problemen verergeren, wat de algehele behandeling kan belemmeren.
Het gebruik van alcohol en drugs kan de effecten van antipsychotische medicatie tenietdoen of verminderen. Deze stoffen kunnen de neurotransmitterbalans in de hersenen verstoren, wat kan interfereren met de beoogde werking van de medicatie. Hierdoor kan de behandeling minder effectief zijn in het verminderen van psychotische symptomen en het stabiliseren van de stemming.
Een belangrijk risico van alcohol- en drugsgebruik bij mensen die een psychose hebben doorgemaakt, is het uitlokken van een terugval. Alcohol en drugs kunnen de gevoeligheid voor psychotische symptomen vergroten en de kans op het ontstaan van nieuwe psychotische episodes verhogen. Dit kan leiden tot een verergering van symptomen zoals hallucinaties, wanen en verwardheid, en kan de stabiliteit en het herstelproces in gevaar brengen.
Naast de specifieke interacties met medicatie en de behandeling van psychose, is het belangrijk om op te merken dat zowel alcohol als drugs de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Medicatie kan ook invloed hebben op de rijvaardigheid, en wanneer alcohol of drugs worden toegevoegd, kan dit een versterkend effect hebben. Dit kan leiden tot verhoogde verwarring, angst, verminderde reactietijden en problemen met de motoriek, wat de verkeersveiligheid in gevaar kan brengen.
Het is cruciaal voor mensen die een psychose hebben doorgemaakt om zich bewust te zijn van deze risico's en om alcohol- en drugsgebruik te vermijden of sterk te beperken. Het bespreken van deze kwesties met een behandelaar of psychiater is van groot belang, omdat zij passend advies en ondersteuning kunnen bieden om het risico op terugval te verminderen en een succesvol herstelproces te bevorderen.